Vorige week een week van vergaderen, vergaderen en vergaderen. Maandag Managementteam, dinsdag Stichting Provinciale Serviceorganisaties Nederland, woensdag overleg in Tresoar met Bert Looper, middag en avond Directieberaad Friese Bibliotheken. Donderdag met een aantal medewerkers binnen BSF afgesproken om wat dieper in de organisatie te duiken. Vrijdag vrijgehouden vanwege ziekenhuisbezoek. (wees gerust, het ging niet om mij).
Soms voel ik me verzeild geraakt in een Echternach processie. Je doet drie stappen vooruit en vervolgens weer twee achteruit. Ik kom uit een goed Katholiek nest, dus ik moet dat goed kunnen hebben. Het is dan zaak om de ambities goed in te schatten net als de mogelijkheden die je hebt om bij te dragen aan veranderingsprocessen.
In Friesland zijn we nu bezig om ons netwerk opnieuw vorm te geven. De bestuurstructuur is aangepast, Bibliotheek Smallingerland volwaardig onderdeel van het netwerk, bezuinigingen bij diverse overheden en, wat mij betreft het allerbelangrijkste, de wereld om ons heen die enorm aan het verschuiven is. Soms denk ik wel eens, die Echternachprocessie was een mooi ding in de Middeleeuwen, toen we nog niet zo’n haast hadden met zijn allen. Nu moet je maar afwachten of we niet omver worden gekegeld door allerlei ‘ongelovigen’ die helemaal niets moeten hebben van de abdij van Echternach en de stichter ervan, Willibrordus. Kunnen we het ons permitteren, dit tempo? Kunnen we het ons permitteren om nog steeds de tijd te nemen om onze diensten te ontwikkelen en waar nodig aan te passen zoals we nu doen? Gelukkig loopt een deel van onze omgeving ook niet zo heel hard (onderwijs, welzijn, cultuur). Een ander deel heeft nu moeite om boven water te blijven, kijk naar de ontwikkelingen rond boekhandelsketens Selexyz en De Slechte. Stel, de bibliotheeksector zou in een private omgeving zitten, zouden we dan niet allang in een situatie verzeild zijn geraakt als Selexyz of andere grootheden waarvan je nooit verwachtte dat ze om zouden vallen (SAAB bijvoorbeeld). We vervullen een maatschappelijke taak, maar dat weerhoudt ons er mijns inziens niet van om na te denken over onze positie en over onze strategie wat betreft bedrijfsvoering. De afgelopen weken heb ik dat tussen al die vergaderingen door (en soms tijdens) veel gedaan, nagedacht over de toekomst van het bibliotheekwerk en onze rol daarin. Volgens mij ontkomen we niet om op onderdelen het tempo te volgen die onze omgeving aanhoudt. Intussen moeten we als organisatie juist niet in die processiepas aan de slag daar waar we zelf de regie kunnen voeren. De komende vijf weken worden heel belangrijk. Dan gaan we ons eigen bedrijfsplan schrijven en moet duidelijk worden welke koers we de komende vier / vijf jaar gaan varen.
In ieder geval zullen we niet gaan zitten afwachten. Het wordt een uitdagende zoektocht: enerzijds zijn we een organisatie met een publieke maatschappelijke taak. Anderzijds zullen we meer een culturele onderneming moeten worden, op zoek naar kansen, naar nieuwe markten. Overigens zonder onze oorspronkelijke taakstelling te verloochenen.
Eerlijk gezegd, ik kan enorm genieten van dit soort uitdagingen. Het houdt me ook echter wel wat weg van andere zaken waar ik van moet genieten, het lezen van een goed literair boek bijvoorbeeld, of een goed concert. Gelukkig heb je dan een naaste omgeving die je weer eens ergens naartoe sleept: de Mattheus Passion afgelopen zaterdag in de St Jacobikerk van Utrecht bijvoorbeeld. Heerlijk genieten van prachtige muziek.
Komende dagen in mijn reistas: Jeroen Brouwers’ nieuwste boek: Bittere Bloemen. Ik ga me dwingen om elke avond weer minstens een half uur te gaan lezen, in Jeroen Brouwers dan. Des te sterker kan ik mensen overtuigen dat lezen zowel goed is voor je toekomstige kansen als dat je er zo van kunt genieten. Daarnaast sta je meer open voor andersdenkenden. Lezen maakt nieuwsgierig. Dat houdt je vervolgens weg van de “rancuneuze boosheid” over van alles en iedereen. Het gif van deze tijd, zoals Sybe Schaap het formuleert in zijn onlangs verschenen boek.
