Over inspiratie en het resultaat ervan

Om mijn werk als bestuurder van een organisatie als BSF (de naam Bibliotheekservice Fryslân gaan we steeds minder gebruiken) op een voor mij verantwoorde en ook plezierige manier vorm te geven laat ik me graag inspireren door allerlei impulsen. Impulsen haal ik uit mijn naaste werk- en leefomgeving, maar ook daar buiten en soms ook in plaatsen waarvan ik denk, wat ga ik daar nu uit halen? Wat heb ik daar te zoeken en wat ga ik er vinden?

De inspiratiebronnen

Eén van die inspiratie-momenten die ik onlangs wat buiten onze directe periferie haalde vond ik in de laatste Bilderbergconferentie, een wat duister fenomeen voor iedereen die er nog nooit bij is geweest. Dat wordt ook nog eens versterkt door een vaste afspraak die ook wel de ‘Chatham House Rule’ wordt genoemd. Wat er besproken wordt, inhoudelijk brengen we niets naar buiten. Ik was er dit jaar al weer voor de derde keer. En voor de derde keer had ik op momenten weer zo’n wow-gevoel. Dit jaar staken er ook stevige ‘irritatie-momenten’ de kop op, moet ik eerlijk zeggen. De keynote van Halbe Zijlstra, fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, was daar een voorbeeld van. Een stevige, sterk opgebouwde lezing over een rechts beleid voor een rechtse toekomst waar uiteindelijk alleen plaats is voor excellente burgers, voor talent en op economische grondslagen gebaseerd succes. Een voorbeeld van een visie hoe de samenleving moet vernieuwen en veranderen om economisch sterker te worden, dan komt de welvaart en het geluk van de mensen vanzelf. Een goed doorwrochte visie, maar niet de mijne.

Gelukkig was daar de volgende dag Hilde Kieboom, een Vlaamse theoloog, die het NCW-gezicht van de bijeenkomst voor haar rekening nam. (de zaterdagochtend begint altijd met een oecumenische dienst). Hilde Kieboom is het boegbeeld van de Sint-Egidius-gemeenschap in de lage landen. In haar preek werkte ze een heel sterk tegengeluid uit.

In de periferie van de conferentie bemerkte ik dat dat tegengeluid niet alleen door mij gewaardeerd werd. In het slotwoord van de nieuwe VNO-NCW-roerganger, Hans de Boer, werd dat tegengeluid gelukkig meegenomen en toegejuicht.

Ander opvallend verschijnsel: onze oudpremiers laten zich ten tijde van hun actieve politieke loopbaan te vaak leiden tot de waan van de dag wat uiteindelijk leidt tot een kortebaan / adhoc-beleid. Na hun politieke carrière komt pas het bredere inzicht tot uiting. Ik zie Balkenende, Lubbers, van Acht niet of nauwelijks meer, af en toe op tv en in de bossen van Oosterbeek in levende lijve. Zo ook bij deze editie waar Jan Peter Balkenende goede en hele inspirerende geluiden liet horen. Daadwerkelijk een inspiratie- en bezinningsweekend.

Een andere inspiratie haal ik onder meer ook uit de Tegenlicht-documentaires van de VPRO en uit beschouwende stukken van De Correspondent. Het zet me tot nadenken, over mijn eigen leven, over de rol in mijn directe omgeving en ook over hoe ik de organisatie en de sector waarvoor ik werk een beetje vooruit zou kunnen helpen. Vooruit vanuit mijn referentiekader natuurlijk, voor een ander kan dat ook achteruit zijn. Maar goed, ik moet het doen met mezelf en mijn omgeving ook, voor zover ik mag doen waarvoor ik sta.

Even een kort inzicht van al die impulsen, aan de hand van mijn agenda en andere bronnen:

  • Woensdag: overleg over laaggeletterdheid in Friesland met enkele collega’s in Friesland, ’s-Avonds gevolgd door een intervisiebijeenkomst met leden van VNO-NCW-Noord. De diversiteit in de samenstelling brengt je in andere omgevingen waardoor je gedachtewereld automatisch ook verbreed wordt.
  • Donderdag: debat in het Provinciehuis van Friesland over een Friese inbreng ten behoeve van een advies dat de Raad voor Cultuur aan de minister moet uitbrengen. Het ging hier onder meer over het leggen van een verbinding van Cultuur met een hoofdletter C en de centrale thema’s van Culturele Hoofdstad 2018 (Open gemeenschap).
  • Vrijdagochtend: heidag Stichting Provinciale Serviceorganisaties (SPN), met daarin het leggen van focus op de gezamenlijk te realiseren doelen.
  • Vrijdagmiddag en zaterdag  naar de Bilderbergconferentie, hierover heb ik al bericht. 
  • Zondag: op weg naar Florence voor het OCLC-congres ‘The art of invention’. Voor mij met twee hoogtepunten: keynotespeaker David Weinberger en onze eigen  Frysklabbus die voor de congreshal een beeld geeft van hoe de makersbeweging verbonden kan worden met de bibliotheek. Drie lange vergader- en congresdagen met daarna een paar dagen genieten van de Renaissancestad Florence.

Afgelopen week nog een paar noemenswaardige momenten die in dit rijtje passen: Woensdag: afsluiting makertour van de Frysklabbus, donderdag vergadering van de Innovatieraad met daarop volgend de presentaties vanuit de Innovatiedoedag.

Dit zijn zo wat momenten die je kunt aanwijzen en terughalen. Wellicht nog belangrijker zijn alle momenten die ik doorbreng met mijn partners in het bibliotheeknetwerk, andere klanten en niet te vergeten mijn collega’s. Ik leer er van, maar minstens zo belangrijk, de klantencontacten en mijn momenten met mijn collega’s leveren me de energie om alles te doen wat ik doe.

Ondertussen probeer ik in de spaarzame rustige vrije tijdsmomenten nog wat leesuurtjes te maken. Ik blijf uiteindelijk een boekenfreak en lezer. Inspiratie ontleen ik immers ook aan een goed boek, fictie, non-fictie, poëzie. Het komt allemaal voorbij, om er van te genieten, om er van te leren, om jezelf beter te leren begrijpen, om een ander beter te leren begrijpen. Op diverse nachtkastjes van de hier geschetste weken:

  • David Weinberger: ‘Too big to know’ (over de ontwikkelingen van de kennissamenleving en het bouwen van een werkbare nieuwe infrastructuur hierbij)
  • Chris Andersson: ‘Makers’ (standaardwerk over de opkomst van de makersbeweging)
  • Hilde Kieboom (die van de Bilderbergconferentie): ‘Met zachte kracht, de spirituele tegenbeweging’ (columns over bezinning en zingeving)
  • John Steinbeck: ‘De druiven der Gramschap’ (prachtige roman over het overwinnen van armoede en macht)
  • Hagar Peters: ‘Wasdom’ (voor degene die haar niet kennen, één van de betere Nederlandse dichters van dit moment)
  • Het blad Slowmanagement, tijdschrift dat op basis van onorthodoxe thema’s en onorthodoxe wijze organisatievraagstukken oppakt

Daarnaast: onder meer de online-krant ‘De Correspondent’ en allerlei bloggers uit deze wereld. Ik noem er twee: David Lankes en Skipp Pritchard. Je snapt: Ik verveel me nooit!

Waar leidt dit alles toe? Vaak in eerste instantie tot een volstrekte chaos in mijn hoofd. Al deze impulsen verschuiven na opname, laat ik maar zeggen, richting achterste hersenkwab om daar lekker te gaan zitten sudderen.

Vertaalslag bibliotheek en BSF

Tijdens en na dat sudderen probeer ik dit alles om te zetten tot een consistente visie over hoe ik meen dat een organisatie als de BSF en hoe het bibliotheekwerk in het algemeen zich zou moeten ontwikkelen. Voor welke vraagstukken staan we en hoe gaan we daar aan bijdragen?

De Bibliotheek

Het is al weer een jaar geleden dat de Commissie Cohen zijn rapport ‘De bibliotheek van de toekomst’ presenteerde. Hoogste tijd om dit zowel vanuit onze eigen organisatie als vanuit de sector handen en voeten te geven.

Het rapport Cohen werd goed ontvangen. Mijn idee was vrij snel: laten we hier nu eens met zijn allen (bibliotheek en verantwoordelijke overheden) achter gaan staan. De Bibliotheek als een agora, of, zoals David Weinberger en David Lankes het omschrijven, ‘the library as a platform’. Mijns inziens moeten we er nog wat extra nuances aangeven. Bijvoorbeeld meer aansluiten richting het sociaal domein en de noden die de 21ste eeuw kent, iets minder de nadruk op lezen met de hoofdletter L, meer op ontwikkeling en leren (zoals laaggeletterdheid en ontwikkeling digitale vaardigheden). Zoiets wat we ruim tien jaar geleden met Meijer deden.

Wat nu moet gebeuren is invullen. De waaromvraag is nu wel redelijk duidelijk, er is een begin gemaakt met de  vraag wat te gaan doen, nu nog de vraag hoe.

Dat kan in vergelijking met de twee eerste vragen (waarom zijn we er en wat gaan we doen?) niet zo moeilijk meer zijn zou je zeggen. Binnen de huidige cultuur en infrastructuur van het bibliotheekwerk moeten we helaas constateren dat het moeilijker is dan het lijkt. Waarom dan toch? Misschien zit de oplossing wel in het volgende. Vorig jaar bezocht ik Bibliotheekplaza, het altijd uitstekende congres dat ProBiblio jaarlijks organiseert. Daar sprak tijdens een parallelsessie en later in de grote zaal een heel irritante Belgische man, Guido Thijs, auteur van onder meer het boek ‘Zombibusiness’ . Irritant omdat hij wel heel erg de wijsheid in pacht had. Echter, als iemand er in slaagt onder je huid te gaan zitten, dan moet je wel even uitkijken of er niet iets raaks in zit. Ondanks de irritatie (overigens, het betreft hier een andersoortige irritatie dan bij de speech van Zijlstra op de Bilderbergconferentie) ben ik toch dat boek maar eens gaan lezen. En ik kan wel zeggen, de narrigheid groeide, alleen, ook het besef dat die Thijs wel iets aanroerde dat me enorm triggerde. Een enorme bak aan werk en geld besteden we aan zogenaamde zombi’s in onze organisaties, levende lijken. We pakken zaken aan die uiteindelijk voor onze reden van bestaan niet of weinig relevant zijn. Levende lijken in onze organisaties, we hebben ze allemaal.

Nog steeds zie ik dat zowel bibliotheken als overheden te veel gericht zijn op stenen en boeken. Terwijl we ons moeten richten op de mogelijkheden die de bibliothecaris nieuwe stijl kan bieden bij vraagstukken als laaggeletterdheid, digitalisering, community-building. Bij de laatste bijeenkomst van de innovatieraad, ruim een jaar geleden in het leven geroepen door het Sector Instituut Openbare Bibliotheken,  bespraken we een aantal projecten die allemaal verbonden waren met deze vraagstukken met een nadruk op communityvorming.

Kortom, een verschuiving van onze activiteiten is bittere noodzaak. We zien steeds meer de kreet opkomen van collectie naar connectie. Tot voor kort was dat vooral een verschuiving richting de verbinding met de digitale wereld. Ik vertaal het begrip connectie nu meer als verbinding in de wijk / het dorp  met de mensen die achterblijven, die de kansen niet krijgen en / of pakken om hen te ondersteunen dat stapje naar een beter en succesvol leven wel te nemen. De keuzes die we dan maken zijn:

  • Verdere doorgroei van activiteiten op het gebied van laaggeletterdheid zoals de (digi)taalhuzen, om vooral volwassen mensen die laaggeletterd zijn, geen digitale vaardigheden hebben te ondersteunen in hun gang meer volwaardig te kunnen participeren. In Friesland is meer dan 14 % van de volwassen bevolking laaggeletterd!!
  • Verdere doorgroei van het programma De Bibliotheek op School (in basisonderwijs en voortgezet onderwijs). Nog steeds komt een groot deel van de kinderen de basisschool af met een taalachterstand;
  • De bibliotheek als trekker van de lokale community, waarbij de bibliotheek meer integreert met wijkcentra en culturele centra, afhankelijk van de lokale omstandigheden;
  • De bibliotheek als partner van de makerswereld, de wereld die overwegend de zelfde waardes ondersteunt als de bibliotheek zelf (zie onder meer het Unescomanifest in vergelijking met het manifest dat door de makersbeweging is opgesteld). Voorbeelden zijn er inmiddels, met Frysklab als meest in het oog springende project.

De BSF

De BSF is een organisatie die zich nog steeds grotendeels binnen de periferie van het bibliotheekwerk bevindt. Natuurlijk, we richten ons ook op dienstverlening aan derden. De kern en legitimiteit van ons bestaan ligt echter nog steeds in de opdracht van de Provincie Friesland. Een opdracht meegegeven vanuit een wettelijk kader om op provinciale schaal ondersteuning te leveren op aan het netwerk van bibliotheken. Daarnaast, als organisatie zijn we te kwetsbaar geworden om alleen hiervan uit te gaan, vandaar dat we op zoek zijn naar partners en (Friese) klanten buiten de reguliere bibliotheekomgeving. Dit alles vanuit een visie op hoe een organisatie als de BSF zich ontwikkelt en manifesteert.  Heel kort samengevat komt het laatste er op neer dat we niet meer een vertellende serviceorganisatie zijn maar een luisterende, met het behoud van de kwaliteit en expertise die we in huis hebben.

Een andere vertaalslag die eerder even benoemd is betreft de manier waarop onze organisatie zelf in de wereld staat. Vanuit welke bedrijfsvorm en bedrijfscultuur gaan we werken? Nu wil ik niet direct de coöperatiegedachte van het activistische dorp Mondragon in het Baskenland bepleiten, het gedachtegoed en de resultaten van dit revolutionaire concept spreken me wel aan. Het betreft een heel ver doorgevoerde manier van Rijnland denken, een denken die we in de BSF geïntroduceerd hebben en waarvan ik de overtuiging heb dat die het beste past in deze tijd. Het past niet meer om vanuit een strakke aansturing professionals op te dragen wat er moet gebeuren en hoe zij hun werk moeten doen.

Enkele uitgangspunten die we hebben genomen:

  • Vernieuwingsprojecten doen we nooit meer in ons eentje; Innovatie, vernieuwing komt vaak uit onverwachte hoek. Daarnaast heb je bij vernieuwing ook maatjes nodig die kritische vragen durven te stellen. Een heel praktisch vraagstuk: innovatie kost vaak geld die je niet zo maar op de plank hebt liggen.
  • Ontwikkel de kunst van het falen. Risico’s nemen, op je gezicht gaan, weer opstaan, weer op je gezicht gaan hoort bij het ondernemerschap. Durf ook te falen. Schaatsen en zwemmen leer je ook door te vallen en weer op te staan , kopje onder te gaan en weer boven water te komen;
  • Benader je werk vanuit een optimistische insteek, vanuit de gedachte dat je werk ertoe doet, hetzij dat je er geld mee verdient, het zij dat je maatschappelijk relevant werk doet en dat het publieke geld verantwoord besteed wordt; Thomas Friedman beschreef het als volgt: “Pessimists are usually right and optimists are usually wrong but all the great changes have been accomplished by optimists.”
  • Deel je kennis en ervaringen; we leven in een nieuwe realiteit waarin delen en open source belangrijke maatschappelijke trends zijn geworden. Het delen van kennis levert nieuwe kennis op. Volg hierin het voorbeeld van de makersbeweging. Charles Leadbeater plaatste de eerste versies van zijn boek ‘We Think’ online met het verzoek er inhoudelijk op te reageren om in de uiteindelijke eerste druk alle tips en reacties te kunnen verwerken;
  • samenwerking uitbouwen met partners in het sociale domein. De BSF werkt inmiddels samen  met instellingen als het Fries sociaal Planbureau (Partoer), Welzijn Centraal, Amaryllus (coöperatie die onder meer de wijkteams in Leeuwarden realiseert), Stichting Dwarpswurk.
  • Bouw de BSF verder uit als shared service centre, in eerste instantie voor de Friese culturele en sociale sector, in tweede instantie in samenwerking met noordelijke partners in andere naburige regio’s. Hiermee ontwikkelen we ons tot een meer stabiele partner, zowel voor de Friese bibliotheken, als voor de nieuwe klanten en relaties als voor de Provincie als opdrachtgever.

Voor de goede verstaander, wees er van overtuigd dat dit geen soft verhaal is van een verdwaalde dagdromer. Met de BSF zijn we een proces ingegaan die ons tot nu toe geen windeieren heeft opgeleverd, een proces van een organisatie die met vallen en opstaan doorgroeit naar een innovatiecentrum met toonaangevende innovatieve programma’s. Daarnaast een proces waarbij we binnen enkele jaren ons hebben waargemaakt als een Fries service center.

Het Frysklab wordt erkend als een van de belangrijkste bibliotheekinitiatieven van de laatste jaren. In twee jaar hebben we met onze meer commerciële activiteiten een ongekende groeistuip mogen beleven die af en toe leidt tot een angstschreeuw: “help, een nieuwe klant”. Ondertussen is onze relatie met de bibliotheken beter dan ooit. Overigens, voor die nieuwe / potentiele klant die dit leest: u bent ten alle tijden welkom!

De komende maanden neem ik de tijd om verder na te denken over de nieuwe vormen van organiseren, waarin ik het gedachtegoed van Mondragon en iets verder weg Ricardo Semler, grondlegger van de Braziliaanse onderneming Semco, nog eens goed op me in laat werken.

Ben benieuwd in welke omgevingen ik de komende tijd terecht ga komen om me te laten inspireren. En nog meer benieuwd of dit leidt tot een verdere verdieping in de vertaalslag naar visie- en organisatieontwikkeling.

 

 

 

Print Friendly

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>