Are we lost?

Een uitnodiging om bij te dragen aan het Liber Amicorum van Henk Das kun je natuurlijk niet weigeren. Een goed moment om nieuwe inspiratie en impulsen te tanken. Een goed moment ook om een beetje van je zelf weg te geven.

Denkend aan Henk zie ik tegenstellingen langs komen. Een Amsterdamse lefgozer belandt in het gemoedelijke Brabant, zoiets als Wim Suurbier die bij PSV gaat voetballen. En het werkte. In de jaren dat Henk in Eindhoven aan de slag was, onder de rook van het PSV stadion in een ander Philips bolwerk, De Witte Dame, heeft hij die bibliotheek tot één van de meest innovatieve van Nederland weten te brengen. NBD-Biblion werd onder zijn leiding meer een onderneming, een onderneming met lef.

Denkend aan een bijdrage voor dit Liber Amicorum overwoog ik heel even een strak strategisch en hoogpolig verhaal uit te werken over hoe de toekomst van het bibliotheekwerk in Nederland er in mijn ogen uit moet zien. Al snel kwam ik tot de conclusie dat andere hooggeleerde bibliotheekstrategen met brede vergezichten en inzichten zullen uitwijden over bibliotheek, NBD-Biblion en de grote betekenis van Henk voor het bibliotheekwerk.

Ik wil het hebben over inspiratie. Inspiratie komt langs allerlei banen. Het komt van een hele middag met je kleinzoon vergeefs bouwen aan een steeds maar omvallende duplotoren, aan een fietstocht met je dochter langs de prachtigste dorpjes in Friesland, van collega’s en klanten die je ontmoet en waar je kennis en ervaringen mee deelt. Het komt ook van de verhalen die je leest, ziet, hoort afkomstig uit boeken, films, beeldende kunst en muziek.

In een ver verleden, ik denk al gauw meer dan vijftien jaar geleden, liet Henk Das me tijdens een studiereis in de Verenigde Staten ontvallen een favoriete schrijver te hebben: Charles Bukowski. Tot voor kort had ik daar niets mee gedaan. Normaal gesproken zou ik vrijwel direct in actie komen en kijken wat die Bukowski Henk nu precies voor leesgenot brengt. Ik kwam er niet aan toe. Nog nooit had ik iets van hem gelezen. Mijn enige kennis over Bukowski was dat het een rauwe, ongepolijste schrijver is van rauwe en ongepolijste romans en verhalen. Met het Liber Amicorum in het vooruitzicht leek het me een goed moment om eens nader kennis te maken met die favoriet van Henk.

Leeservaringen

Op een vrijdagnamiddag liep ik, net voor sluitingstijd, in Leeuwarden Boekhandel van der Velde binnen om te kijken wat er beschikbaar was van en over Bukowski. De boekverkoper ter plekke bleek alles van Bukowski te hebben gelezen en verontschuldigde zich dat niet zijn gehele oeuvre aanwezig was. Ik kocht wat er stond en ging op zoek naar een restaurant in het centrum. Elk dorp of provinciestadje heeft een Wapen van…, zo ook Leeuwarden. Meestal een café-restaurant waar je nog terecht kunt voor een eerlijke biefstuk met friet, sla en mayonaise en waar de echte autochtoon aan het eind van de dag nog zijn biertje komt halen. Mijn veronderstelling klopte.

Ik had een paar uur te overbruggen. Om 20.00 uur zou het bruiloftsfeest van onze Jeroen de Boer en zijn Catrien losbarsten. In veel opzichten een speciale gebeurtenis voor bruidspaar en hun naaste omgeving. (Overigens, nu ik dit podium toch heb gekregen neem ik het even waar: Jeroen is kandidaat bibliothecaris van dit jaar, stem bij gelegenheid op hem, hij verdient het als geen ander!)

Terug naar mijn biefstuk. Ik pakte mijn tasje van van der Velde uit en legde achtereenvolgens een verhalenbundel, een bloemlezing gedichten en de roman Factotum op tafel. Ik las de inleidingen door van de verhalenbundel en de roman. Daarna begon ik aan de poëzie. Ik was blij dat ik zat! Soms heb je van die leeservaringen die je de rest van je leven niet meer vergeet. Dit is er zo één. De rauwheid, gecombineerd met een uiterst sensitieve manier waarop hij zichzelf en zijn omgeving beschouwt, de melancholie, de zelfkant en de humor. Dit is nu de poëzie waarvoor ik een nacht wakker blijf. En, eerlijk gezegd, de poëzie lezen van Bukowski is ook een stevige confrontatie met mezelf. Ik ben behoorlijk keurig en, als ik het zo mag formuleren, tot nu toe redelijk geslaagd in een aantal facetten van het leven. Bovendien, ik geef het toe, misschien ook wat saai. En dan komt er zo’n rauwdouwer als Bukowski even met zijn poëzie langs, tijdens een biefstukje met salade, friet, mayonaise en een biertje, in Het Wapen van Leeuwarden. Voor ik het wist had ik al driekwart van de bloemlezing doorgelezen en was ik vergeten waarom ik nu juist op dat moment in dat café zat. Ik begreep onmiddellijk waarom Henk destijds speciaal Bukowski noemde als zijn favoriete schrijver. Bij het wat gehaaste verlaten van het café schoot één van de obers me nog aan. “Leuke boeken had u daar liggen”. Een belezen volkje die Leeuwardenaren.

In een mail aan een collega schreef ik de dag erna dat al het leesvoer op mijn nachtkastje opzij zou gaan voor Bukowski. Hoewel ook dat leesvoer inspirerend en ontwikkelend genoeg was.

Vrijwel alles

Een paar dagen na het weekend van Bukowski’s poëzie bezocht ik opnieuw van der Velde. De voorraad was aangevuld met alle beschikbare titels. De verzamelwoede en nieuwsgierigheid kwamen tot rust nu ik beschik over vrijwel alles van Bukowski wat ooit in het Nederlands vertaald is.

Wat betreft mijn nachtkastje, ik moet een kleine nuance aanbrengen over het leegmaken ervan. Het magnum opus van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum, ‘Oplevingen van het denken; over de menselijke emoties’ is blijven liggen. Al was het alleen maar omdat de tegenstelling tussen dit boek van Nussbaum en de literatuur van Bukowski in eerste opzicht gigantisch is. Martha Nussbaum beschrijft in haar boek op een hyperrationele manier de emoties in het denken van de mens, verwijzend naar de literatuur van onder meer Marcel Proust, de Franse auteur van prachtige zwaar op de maag liggende literaire romans waarvan je eveneens kunt zeggen, de tegenstelling met Charles Bukowski kan niet groter zijn. En toch, uiteindelijk gaat het ook bij Nussbaum en Proust om basiswaarden als liefde, de emoties en vooral het verdriet eromheen, om het vergankelijke / het verlorene, om de tijd die verloren gaat. Een ander moment van schijnbare overlap tref ik als Nussbaum over de emotie ‘walging’ schrijft. “De delen van het zelf waarop de walging zich richt, worden pas walging als ze het lichaam hebben verlaten.” Nussbaum beschrijft ergens de terughoudendheid bij het eten van de lekkerste soep uit een grondig schoongemaakte piespot, gereedgemaakt en geroerd met een uitgekookte vliegenmepper. Toch een beetje een herkenningspuntje.

Illegaal zwemmen

Om te besluiten met een kort verhaal over de Amsterdamse lefgozer Henk, een beetje in de geest van de losers uit het werk van Bukowski. Aan het begin van diezelfde studiereis waar Henk me op zijn favoriete auteur had gewezen kon Henk de slaap niet vatten vanwege een stevige jetlag. Zo rond 4.30 uur in de ochtend besloot hij naar het zwembad te gaan, kroop illegaal onder een lint door die duidelijk niet voor hem bedoeld was en begon zijn baantjes te trekken. Op een zeker moment toen hij opnieuw de rand van het bassin bereikte, zag hij door zijn chloorogen twee lange benen aan de rand van het bad staan. “Are we lost?” betrof de vraag van een bijzonder grote, atletische, donkere gestalte, de bewaker van dienst. Henk, wellicht geïnspireerd door Bukowski en nooit te beroerd om een ander direct van repliek te dienen: “Aren’t we all?”was zijn wedervraag, hij draaide zich om en  trok een volgend baantje.

 

 

 

 

Print Friendly

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>