Dream, Believe Achieve

Nieuwjaarsbijeenkomst 2015

Het is goed om jullie hier allemaal te treffen, na de uitnodiging van de personeelscommissie op Insite. Dat betekent veel, zoals:

  • Insite wordt echt gelezen!
  • De personeelscommissie weet altijd weer iets te organiseren wat er toe doet;
  • In de aankondiging stond dat “natuurlijk de nieuwjaarspeech niet zal ontbreken”. Dat heeft gelukkig geen al te afschrikwekkende reacties teweeg gebracht (voor sommigen misschien wel, maar dat is me nog niet ter ore gekomen).

De aankondiging op de afbeelding kwam ik zondagmiddag bij een wandeling tegen. Saillant detail: de naam van de sportschool is Greenhealth. Dit was bij onze Mark niet gebeurd!

Ik wil beginnen met een kort filmpje, die een enkeling wellicht al kent.

Bell’s scotch

Op zo’n ochtend als vandaag is het goed om terug maar vooral ook vooruit te kijken.

2014

Eerst maar eens terugkijken: Ook 2014 was voor de BSF een jaar met verschillende gezichten. Een jaar geleden gebruikte ik dit beeld al voor 2013. Nu dan 2014:

 Mensen achter de BSF

Eerst het gezicht van de mensen achter de BSF. Ik denk dan vooral aan collega’s en betrokkenen die om uiteenlopende redenen het niet makkelijk hebben of hebben gehad. Weet dat je collega’s hebt bij wie je terecht kunt voor je verhaal.

De BSF als organisatie in verandering

Dan het gezicht van de organisatie in verandering. Ik kan jullie zeggen dat 2014 in veel opzichten een jaar was waar we de rug weer hebben gerecht, waar we als bedrijf de draad hebben opgepakt.

Onze relatie met de bibliotheken is duidelijker en sterker geworden en ook onze relatie met de Provincie is flink verbeterd. Niet in alle opzichten, maar de spannende periode van 2013 hebben we wel achter ons gelaten.

Financiën

Een belangrijk onderdeel waar we in 2014 sterk op hebben gestuurd betreft de financiële gezondheid van de BSF. Ik kan jullie melden dat we dit jaar met een alleszins acceptabele plus gaan eindigen, vraag me nog niet naar exacte resultaten. Het is wèl duidelijk dat de noodzakelijke maatregelen in financieel opzicht een positief effect hebben.

Belangrijkste conclusie, ook vorige week nog meegekregen van onze accountant: de BSF heeft zijn bedrijfsvoering goed voor elkaar, een groot en direct compliment aan de mensen die hier allemaal mee verbonden zijn (Financiën / salarisadministratie / ondersteuning vanuit ICT).

Partners / Klanten

Toen we aan de slag gingen met de omvorming van de BSF hebben we met elkaar vastgesteld dat we te kwetsbaar waren geworden. Te afhankelijk van minstens zo kwetsbare bibliotheken en een zich terug trekkende provincie. Dat moest anders. We hebben toen  twee keuzes gemaakt:

één: partners zoeken.

en twee: klanten uit aanpalende sectoren werven, vooral op het gebied van ICT en financieel / administratieve diensten. 

Partners

Wat betreft de gesprekken met mogelijke partners: het afgelopen jaar hebben we intensieve gesprekken gevoerd met Biblionet Groningen, Biblionet Drenthe en Partoer. Over die gesprekken en hoe het in 2015 verder gaat, daar kom later nog even op terug.

Klanten

2014 was het jaar waarin we ons nadrukkelijker dan voorheen manifesteerden als facilitair bedrijf voor Friese organisaties die actief zijn op het gebied van cultuur, welzijn en onderwijs. We hebben een aantal nieuwe klanten mogen begroeten, musea (Fr Museum, Drachten en Opsterland), Stichting Dorpswurk, Partoer. Met diverse andere partijen zijn we nog in gesprek.

Projecten

Wat betreft in het oog springende projecten in 2014 en nog verder doorlopend wil ik er een paar noemen: Bij ICT hebben we in 2014 een start gemaakt met Adlib (zeg maar de BicatWise voor musea) en de mogelijkheden van een passende dienstverlening hieromheen. Schoolwise (zeg maar Bicatwise voor scholen) is breed en grootschalig geïmplementeerd. Zo maar twee projecten die ons heel veel goeds brengen.

Andere gezichtsbepalende projecten: Tomke, al jarenlang een vanzelfsprekendheid in Friesland. In het kader van een doorlopende lijn is vorige jaar begonnen met een leesbevorderingsprogramma voor de leeftijd 12+. Gertrud is daar de trekker van, Bedoeling is dat het uitgroeit tot een structureel leesbevorderingsprogramma voor Fries voor die leeftijdsgroep. De eerste resultaten zijn boven verwachting. Een ander bepalend gezicht van de organisatie in 2014 betreft Frysklab. Over Frysklab hebben we nog niet zo lang geleden gesproken toen we een innovatieprijs hebben gekregen.

Er is nog zoveel wat ik zou willen benoemen. We zijn hier gekomen om met elkaar te ontbijten!

Hulde aan iedereen die zich met deze en andere projecten bezighoudt, Evenveel hulde ook voor al die medewerkers binnen de BSF die dit ondersteunen en mogelijk te maken.

Verder in 2015!

Dan kort een vooruitblik, wat staat ons te wachten in 2015?

Voordat ik daar op in ga wil ik jullie nog een deel van een filmpje laten zien over Jos, laaggeletterd en bloemist.

Jos de bloemist

Tijdens het Nationaal Bibliotheekcongres in december zag ik twee hardnekkige lijnen naar de toekomst:

  • De verschuivende plek van de bibliotheek als een open platform / open gemeenschap met daarin vooral zichtbaar de combinatie van bibliotheken en Makerspaces zoals Fablabs; Ons Frysklab-project past hier heel goed in.
  • Een andere rode draad was voor mij de thematiek van de laaggeletterdheid. Mijn heldin binnen het bibliotheekwerk is Prinses Laurentien, en dat meen ik uit de grond van mijn hart. Zij gaf zichzelf en ons de opdracht de laaggeletterdheid in Nederland binnen ongeveer tien jaar te doen verdwijnen. In Friesland is het percentage laaggeletterden nu nog meer dan 14%, buiten de grote steden het hoogste percentage van Nederland. In samenwerking met allerlei partners gaan we eraan werken om dit grote maatschappelijke probleem aan te pakken.

 Nog een paar andere vooruitzichten richting het nieuwe jaar:

  • We gaan verder met het proces dat we in gang hebben gezet. Van Centrale Bibliotheek Dienst via Bibliotheekservice Fryslan naar De BSF, de Friese organisatie die op een hoogwaardige manier facilitaire diensten levert en op het gebied van het bibliotheekwerk ondersteunt en innoveert. Elders heb ik het wel eens al volgt omschreven: De BSF, op weg van een vertellende naar een luisterende organisatie.
  • We gaan verder met onze gesprekken over samenwerking, met name met Partoer en met Biblionet Groningen en Biblionet Drenthe; vooral de gesprekken met Partoer verlopen uitstekend.
  • We gaan verder met het verwerven van nieuwe klanten en met het versterken van de goede relaties van onze bestaande klanten. Wel met in het vizier dat we het allemaal kunnen blijven behappen.
  • De BSF meer als een samenhangend geheel: nog steeds vind ik dat we te veel een organisatie zijn van eilandjes. Of misschien een beeld dat in Friesland wat duidelijker is: een organisatie met verschillende terpjes waarbij het moeilijk is om van die terpjes af te komen en elkaar op te zoeken. Of beter nog, laten we er meer één grotere berg van maken. Ik roep jullie op om hierover na te denken en met ideeën te komen die kunnen bijdragen aan dit doel: de BSF meer één geheel.
  • De bibliotheek heeft een vaste plek verworven binnen het culturele en educatieve domein. We zien nu ook ontwikkelingen dat de bibliotheek zich meer manifesteert in het Sociale domein. Ook in Friesland zien we bibliotheken die zich op het gebied van het sociale domein oriënteren (Drachten en Mar en Vean). De aanpak van laaggeletterdheid en mediawijsheid is hieraan verbonden. We moeten als de BSF volgend jaar kijken op welke manier we hierop kunnen inspelen.
  • Leeuwarden2018 komt er aan. De burgemeester van Leeuwarden gaf gisteren tijdens zijn nieuwjaar speech al mee: dit jaar staat de organisatie er, we kunnen  nu echt aan de slag. De contacten zijn er nu nog een start maken met de aansluiting.

Dit alles om mensen als onze Zuid-Afrikaanse vriend en de laaggeletterde bloemist Jos een handje te helpen zich in deze harde en lastige samenleving te kunnen redden en zich te ontwikkelen tot een burger die mee doet, die iets gelukkiger kan worden en ertoe doet, voor zichzelf en zijn omgeving. De bibliotheek, het museum, het dorpshuis en wij als serviceorganisatie, we zullen ons moeten focussen op thema’s als Laaggeletterdheid en Mediawijsheid, overigens zonder andere belangrijke thema’s te veronachtzamen.

Ik ben er trots op dit te mogen aanpakken met collega’s als jullie.

Ten slotte, het gaat de goede kant op met De BSF, laten we vasthoudend zijn maar niet te overmoedig worden:

 de overmoedige wielrenner

 

Print Friendly

Ik leef in de wolken, als ik maar verbinding heb!

Dit las ik in een gastblog van een KPN-klant. Die opmerking noopte mij tot verder nadenken. Als je de column (zoals een blog in de fysieke wereld heet) verder leest dan gaat het om een zelfstandig consultant die vrijwel volledig ‘in de cloud’ leeft. Hij heeft een mail account van g-mail, bestanden slaat hij op in Dropbox, de rest wordt bewaard in Evernote.

Dat betekent dat je volstrekt apparaat-onafhankelijk kunt werken. Het enige wat je nog nodig hebt: alsnog een apparaat (mobiel / tablet / notebook) en een online-verbinding.

Op mijn vrije momenten lees ik op dit moment wat meer boeken op het gebied van filosofie, bestuur, psychologie en maatschappelijke ontwikkelingen. Op basis van de bron (een KPN-gastblog) kon ik me wel goed voorstellen welke richting het verhaal op zou gaan. Wat doordenkend kwam ik op een hele andere benadering.

Wat als ik nu mijn blog ook eens begon met “Ik leef in de wolken, als ik maar verbinding heb”? Mensen die mij redelijk kennen zouden dan niet direct op de gedachte komen dat het gaat om dropbox, g-mail en Wifi. Die Malschaert, die vergeet zijn hoofd nog eens mee te nemen als ie uit Friesland komt, die loopt de hele dag te dromen en te denken. Als klein manneke logeerde ik eens bij mijn opa en oma. Ze woonden aan de kust in België. Op een dag hebben we met zijn drieën de hele dag voor het raam gezeten, kijkend naar wat er op zee gebeurde (heel weinig).

Dromen is natuurlijk heel belangrijk, dromen over nieuwe kansen, over nieuwe werelden. Het levert op zijn minst spannende verhalen op en soms succes. Thomas Friedman zei ooit: “Pessimists are usually right and optimists are usually wrong but all the great changes have been accomplished by optimists.”

Het is de uitdaging op een zeker moment je dromen om te zetten, in gedachten, ideeën, plannen en producten. Iedereen zijn kwaliteiten denk ik dan, laat de dromers dromen, af en toe wakker worden waarna het tweede deel van de kop van dit blog in beeld komt.

Een dromer (optimist, bedenker) komt niet veel verder zonder een ‘doener’. Om in een organisatie of ergens anders tot iets moois te komen heb je vervolg stappen nodig en verschillende kwaliteiten. Die verschillende kwaliteiten vind je meestal niet in één persoon. Met andere woorden, je moet verbinding zoeken met anderen, ook met andere organisaties. Die verbinding is zo belangrijk en lastig. Immers dan gaat het veel meer om psychosociale vraagstukken. In onze organisatie hebben we een paar belangrijke competenties benoemd waar we mee aan het werk zijn gegaan. Ik noem er een paar: samenwerken, lerend vermogen, klantgerichtheid, ondernemerschap.

In die ‘verbinding’ komt dit allemaal samen. Een ander sleutelwoord is wat mij betreft: vertrouwen. Heb vertrouwen in jezelf maar vooral in degenen met wie je samenwerkt. Vertrouwen geeft rust, begrip en plezier.

Al met al denk ik dat we beide interpretaties van de kop “Ik leef in de wolken, als ik maar verbinding heb” goed kunnen gebruiken.

Met mijn volgende blog probeer ik wel weer wat met de voeten op de grond te blijven!

 

Print Friendly

De toekomst van de Bibliotheek

De laatste maanden zijn we nogal bezig met de toekomst van de bibliotheek. Ik ben daar wel blij mee. De commissie Cohen heeft een inspirerend rapport opgeleverd waarin veel handvatten voor de toekomst van het bibliotheekwerk worden aangeleverd. Wij hebben het binnen BSF de laatste jaren over de ‘bibliotheek als een platform’.  In de brochure van Cohen gaat het om de bibliotheek als een agora, een marktplaats waar kennis en ontmoeting centraal staan. Daarnaast zien we dat zelfs de Telegraaf nu van het bibliotheekwerk een item heeft gemaakt, hierbij geïnspireerd door uitspraken van SP-voorman Roemer naar aanleiding van de nieuwe bibliotheekwet. Wat een boeiende gelegenheidscombinatie als steun in de rug! Ik herinner me de Telegraafkoppen over Roemer vlak voor de verkiezingen van de Tweede Kamer nog heel goed. Toen bleek er niet veel van de SP en Roemer te deugen.

Uit de reacties van de ‘Stelling van de dag’ blijkt dat een overgrote meerderheid van de Telegraaflezers vindt dat de bibliotheek ertoe doet. Een terugkerend verschijnsel. Onderzoek uit andere landen leveren ook altijd bemoedigende resultaten op: “Some 90% of American ages 16 years and older said that closing of their local public library would have an impact on their community” (Pew Researchcentre, december 2013).

Reacties die je een steuntje in de rug geven, ook meer vertrouwen. Over de duidelijke relevantie van het bibliotheekwerk zijn we het onder ons wel eens. Nu nog degene overtuigen die over de centen gaat. Dat is tot nu toe erg lastig gebleken. Eerlijk gezegd, ik heb zo mijn twijfels over de landelijke actie die nu wordt georganiseerd. Een variant op ‘Help, uw bieb verzuipt’  uit de jaren tachtig. Uit reacties van ex-wethouders als Frank de Grave (oud-wethouder Financiën van de gemeente Amsterdam) blijkt dat dit soort acties niet echt helpt. Wat dan wel Is de volgende vraag. Volgens mij (en Frank de Grave) moet je als bibliotheek met je gemeente en vooral met je klanten in gesprek. Wat doen we er toe? Wat voegen wij toe aan het leven van een laaggeletterde? Op welke manier versterken we het toekomstperspectief van de kinderen van nu? Voor welke relevante problemen staan gemeenten op dit moment en hoe kunnen we als bibliotheek daarin helpen?

Boze acties leiden af van dit soort vragen. Bovendien loop je het gevaar je verder te vervreemden van je financiers. We  blijven te veel naar de boze buitenwereld kijken. Zelfreflectie is nodig voordat je naar anderen wijst. En als ik dan kijk naar onszelf dan hebben we nog veel te doen en liggen er nog heel veel kansen.

Wat mij betreft moeten we dus twee dingen doen:

  • Kijken naar de wereld om ons heen, vooral kijken naar de kansen die voor het oprapen liggen;
  • Zelfreflectie: Doen we de goede dingen? wat doen we goed, maar vooral wat doen we niet goed en zijn we wel in staat de dingen goed te doen? Deze vragen moeten we niet zozeer stellen om te gaan zitten zeuren, maar om er iets aan te doen en beter te worden.

De kansen liggen op elk niveau. Landelijk / provinciaal / regionaal / lokaal. Ik noem er maar twee:

Kijk eens naar de grote maatregelen die nu genomen worden door de rijksoverheid als het gaat om decentralisatie van rijkstaken. Gemeenten staan voor nieuwe grote uitdagingen. Deze decentralisatie-golf biedt de mogelijkheid om bibliotheken meer als een social / civic service centre om te vormen, naast kennis- en ontwikkelplatform. Benut de fysieke aanwezigheid van de bibliotheek en de deskundigheid van de bibliothecaris als informatie-specialist. In de Angelsaksische landen is dit al eerder van de grond gekomen, nu schreeuwt het meer dan ooit om iets dergelijks in Nederland.

De digitale overheid. In 2017 moet de overheid zijn gedigitaliseerd. Dat betekent nogal wat, vooral voor de mensen die op dit gebied niet goed mee kunnen. Het toerusten van deze mensen wordt een belangrijke opdracht en ik zeg direct: van de bibliotheek. Plasterk heeft het zelf al eerder gezegd. Hebben we al een start gemaakt met een masterplan in deze? De bibliotheek als facilitator van de digitale overheid, vooral gericht op het voorbereiden van de klant.

Andere sectoren waar de bibliotheek volop kans heeft zich verder te ontwikkelen zijn: samenwerken met het onderwijs (kijk naar het programma De Bibliotheek op School, DBoS) en de samenwerking met de zogenaamde makerspaces / fablabs.

Dan over de zelfreflectie. Durven we onszelf echt te vragen of we de goede dingen doen en of we de dingen wel goed genoeg doen?

Hoe komt het toch dat het probleem van de laaggeletterdheid de laatste jaren in Nederland is gegroeid in plaats van verminderd? Zijn we als individuele relatief kleine bibliotheekorganisatie wel voldoende toegerust om echt meters te maken op de vele terreinen waar we actief in willen zijn?

Ik heb nog een vraag: ik zie nu tientallen bibliotheken sluiten. Minder bibliothecarissen, minder van alles op het gebied van de publieksdiensten. En dat terwijl we volgens mij nog steeds volstrekt ‘overgeorganiseerd’ zijn. Te veel organisaties, te veel managers, te weinig professionals op allerlei terreinen. Zijn we bereid hier toch nog eens naar te kijken?

Een nieuwe Meijer?

Een tijdje geleden heb ik er al eens over geschreven. Volgens mij hebben we een nieuwe Meijer nodig. Met het toekomstperspectief van Cohen in de zak moeten we nu nog eens en extra kritisch kijken naar de manier waarop we ons in deze sector hebben (over)georganiseerd. Cohen heeft zich daar niet echt over gebogen, gelukkig maar want anders zou het een minder goed leesbaar rapport zijn geworden die bij een wethouder of diens ambtenaar direct in de prullenbak zou zijn beland. We zijn de afgelopen tien jaar van 600 naar 160 basisbibliotheken gegaan. Het wordt nu echter tijd dat we doorpakken. We hebben heus geen 160 basisbibliotheken, 10 provinciale serviceorganisaties en een handjevol landelijke instituten nodig om deze sector in stand te houden aan te sturen en verder te brengen. Juist niet, zou ik bijna zeggen. We lopen elkaar overwegend in de weg en komen nauwelijks tot een samenhangend geheel. Kijk eens hoe lang de ontwikkeling van de landelijke digitale infrastructuur nu al duurt. Kijk eens hoe moeilijk het is om afspraken te maken over een eenduidige klantbenadering. De halfjaarlijkse ledenvergadering van de VOB helpt niet echt, het sectorinstituut SIOB heeft tot nu toe nog geen vuist kunnen maken.

Zoals gezegd, ik ben blij dat we meer dan ooit nadenken over de toekomst van de bibliotheek. Misschien moeten we ons vooral gaan bezighouden met de toekomst van de bibliothecaris. Want dan hebben we het niet zozeer over het instituut bibliotheek, maar meer over de functie bibliotheek. In de derde eeuw voor Christus liepen in de Bibliotheek van Alexandrië de eerste bibliothecarissen rond. Drie en twintig eeuwen later lopen nog steeds gemotiveerde bibliothecarissen rond in duizenden bibliotheken. Wat mij betreft blijft dat voorlopig nog zo doorgaan. Dan moeten we wel open staan voor nieuwe ideeën en ontwikkelingen. Laat het vervolgens niet bij ideeën blijven. Zorg er ook voor dat het van de grond komt. Daar heb je niet zo zeer veel bestuurders en managers voor nodig maar meer nog innovators, professionals en goede projectleiders.

Print Friendly

Nieuwjaarsspeech 2014

Beste allemaal,

Laat ik mijn nieuwjaarsspeech beginnen met een welgemeend excuus. De afgelopen dagen ben ik het gebouw niet rond gegaan om jullie één voor één een voorspoedig 2014 toe te wensen. Ik zal jullie uitleggen waarom. Ik vreesde eerlijk gezegd dat ik als ik dat zou hebben gedaan ik vandaag zo ongeveer in mijn eentje hier zou hebben gestaan. Vorige week sloop ik zowel donderdag als vrijdag stilletjes naar binnen. Nou ja, stilletjes. Eenmaal binnen blafte, proestte en nieste ik weer dat het een aard had. Met een doos paracetamol probeerde ik mijn grieperige lijf op de been te houden. Als ik in deze staat rond zou gaan lopen om jullie allen een gezond nieuw jaar toe te wensen, dan zou ik nu juist het tegendeel van de overigens welgemeende wens hebben bereikt. Dat wilde ik niet op mijn geweten hebben. Uiteindelijk denk je dan ook als werkgever na over de gevolgen van je acties.

Afgelopen maandag was ik weliswaar aan de betere hand, maar ik durfde het nog steeds niet aan in jullie aller nabijheid te komen.

Nu dan toch maar op deze manier: graag wens ik jullie allemaal een gelukkig nieuwjaar, met veel vriendschap, gezondheid en warmte.

Een paar weken geleden waren we hier bij elkaar tijdens een korte bijeenkomst om het jaar af te sluiten. We deden dat op een sobere manier, zonder eten (wel met een heerlijk hapje van Bashar) en zonder kerstpakket. In mijn verhaal repte ik van de drie gezichten van 2013, het (letterlijke) gezicht van de reorganisatie, het starten met een proces richting BSF nieuwe stijl, en de financiële problematiek. Ik ga dat niet over doen, maar één aspect wil ik hier nog een keer herhalen. 2013 was een veelbewogen jaar. Met veel verdriet en zorg en ook met een zoeken naar een nieuw perspectief. Ik kijk terug naar een jaar waar ik jullie heb leren kennen als collega’s die zich heel betrokken voelen bij deze organisatie en bij jullie collega’s. Heel, heel veel dank voor die betrokkenheid en voor jullie bereidheid om binnen BSF ook vanuit jezelf een stap te zetten naar een vernieuwde organisatie. Een organisatie die met veel elan en lef op zoek gaat naar een optimale dienstverlening voor bibliotheken en nieuwe klanten.

Voor 2014 wil ik een paar zaken er uit lichten.

De bibliotheken: ook dit jaar zal voor veel bibliotheken niet gemakkelijk worden. Net als wij worden bibliotheken geconfronteerd met zware bezuinigingen. Wij hebben onze reorganisatie achter de rug. Ik vrees dat voor een aantal bibliotheken in Fryslan dit jaar een jaar wordt van inkrimpen, ontslagen en sluitingen van vestigingen. Tegelijkertijd zal ook de bibliotheek op zoek moeten naar een nieuw perspectief, naar nieuwe dienstverleningsconcepten. Ik hoop dat zij in staat zijn deze slag te maken. In ieder geval ben ik van mening dat BSF hen hier in moet ondersteunen. Dat betekent dat wij met bibliotheken aan de ene kant op zoek moeten naar die nieuwe concepten. Aan de andere kant zelf ook moeten werken aan een productenpakket dat nauw aansluit bij de wens van de bibliotheken. Die wens zal meer en meer gedomineerd worden door het beschikbare budget.

Nieuwe klanten: dit moet toch echt het jaar worden om een aantal nieuwe klanten binnen te halen. De eerste acquisitiemomenten zijn al gepland. Onze focus ligt bij de culturele sector in Fryslan. We zullen echter niet schromen ook buiten die vijver onze ogen en oren open te houden.

Samenwerking: Zoals jullie weten hebben we een vorig jaar een start gemaakt met besprekingen over vergaande samenwerking tussen de serviceorganisaties van Drenthe, Fryslan en Groningen. Daar gaan we stevig mee verder. Op dit moment wordt op een aantal onderdelen onderzoek gedaan naar de mogelijkheden maar ook de onmogelijkheden van samenwerking. Nadruk hierbij ligt op de facilitaire hoek. Ik noem 4 onderdelen: ICT, financiën, Marketing, P&O. Ik verwacht dat we met deze onderzoeken aan het eind van het eerste kwartaal tot conclusies kunnen komen.

Ook met een organisatie als Tresoar gaan we de banden stevig versterken. We werken al samen in de Friese erfgoedhub, we gaan nu ook kijken hoe we kunnen samenwerken op het gebied van bibliotheekautomatisering.

De Provincie.  De provincie ontwikkelt zich meer en meer als een ware opdrachtgever. Waar ze decennia lang niet echt geïnteresseerd waren in een verantwoording van onze activiteiten is dat vanaf vorig jaar wel even anders geworden. Soms denk ik dat de provincie hierin is doorgeschoten, maar dan probeer ik me snel te herstellen. Het is een goed recht als financierder om te vragen naar effecten en resultaten.

Innovatie: Afgelopen maandag hebben we in het MT een paar belangrijke discussies gevoerd. We hebben het innovatieprogramma op een rij gezet. Ondanks een kleine bezuiniging hebben we het grootste deel van ons innovatiebudget weten veilig te stellen. Volgende week gaan we deze innovatieagenda bespreken met de bibliotheken.

Ik noem een paar projecten uit de agenda:

  •  Verdere ontwikkeling DBOS;
  • Doorontwikkeling centraal collectioneren;
  • Awesomebox voor bibliotheken;
  • Uitrol Boekenruil-concept;

Naast deze projecten loopt ook het Frysklab-project door. Begin vorig jaar als een concept gepresenteerd. We oogsten veel waardering, alleen het duurde lang voordat de eerste partners ook financieel wilden bijdragen. De gemeente Leeuwarden was de eerste waardoor we de bus daadwerkelijk konden aanschaffen. Inmiddels hebben we al voor meer dan € 200.000,- aan toezeggingen binnen. Met dit geld kunnen we een aantal lesprogramma’s ontwikkelen, kunnen we investeren in apparatuur en kunnen we de projectkosten betalen. Ik bedenk me hierbij wel wat ik mezelf ooit voorhield nadat ik een alleszins aardige start maakte met mijn eigen bedrijfje: je kunt de kachel flink opstoken, maar daarna moet ie wel blijven branden. Met elkaar gaan we daarvoor zorgen.

Marketing: Afgelopen maandag hebben we in het MT een marketingkalender vastgesteld. Dat houdt in dat we (nou ja Elly en Barbra) een afgebakend marketingprogramma hebben opgesteld met een beperkt aantal campagnes. Bibliotheken kunnen gebruik maken van onze expertise. We hebben hierbij geprobeerd zo duidelijk mogelijk te maken wat bibliotheken van ons mogen verwachten tegen welke voorwaarden. Dit programma is samengesteld na uitvoerig overleg met de bibliotheken.

Ik denk dat dit laatste een goed voorbeeld wordt van onze nieuwe relatie met de bibliotheken en onze nieuwe klanten. Duidelijke afspraken over wat we gaan leveren en ook duidelijke afspraken tegen welke voorwaarden.

Financiën: Ik voorzie dat 2014 een jaar wordt van herstel. Het is het laatste jaar waarin we € 200.000,- moeten bezuinigen op de provinciale subsidie. De maatregelen van vorig jaar zijn er op gericht dat we dit nu goed kunnen opvangen. De begroting 2014 sluit met een klein positief resultaat. Dat is ook hard nodig omdat we binnen een paar jaar weer wat vet op de botten moeten zien te krijgen.

Ter afsluiting: nieuwjaarsspeeches staan altijd in het teken van vooruit kijken. Hierbij is het de bedoeling om zo’n jaar in gang te trekken met een optimistisch, positief verhaal. Van nature ben ik zelf een optimist, zowel als ik kijk naar mijn eigen toekomst, dat van mijn kinderen en (inmiddels) van mijn kleinkind! Of in de woorden van Henk Kamp, minister van Economische zaken: “Je bent wel gek als je geen optimist bent!”

Ik weet zeker dat jullie nuchtere Friezen door mijn optimisme heen zullen prikken als dat gebaseerd zou zijn op drijfzand. Ik verzeker je, het is gebaseerd op stevige Friese klei.

Ik sluit af met het voorlezen van een tekst waar ik direct een vraag aan koppel. Waar komt die tekst vandaan? Degene die als eerste kan aangeven waar het om gaat krijgt van mij deze fles wijn mee naar huis.

Om een klein beetje een richting te geven: het is de vertaling van een lied.

Het gaat over een wereld waarin ik me thuis voel. De wereld van een dromer, maar vooral van een idealist. Iemand die er op uit is de wereld een beetje beter te maken. Niet zo zeer voor zich zelf maar vooral voor anderen. Kijkend naar mezelf dan denk ik aan de mensen die nog aan het begin staan van hun leven, heel dicht bij gaat het dan om mijn eigen kinderen (en kleinkind natuurlijk) of dan denk ik aan de mensen die aan het einde staan, zoals mijn ouders die nu voor een deel van mijn zorg en steun afhankelijk zijn geworden. Of voor de mensen die hier werken en die dat met plezier en met perspectief willen blijven doen.

Een wereld

Een wereld zonder hemel
Geen mens meer naar de hel
Louter blauwe luchten
Zeg angst en schuld vaarwel
Een wereld voor ons allen
Leven met elkaar

Een wereld zonder grenzen
Een streepje op de kaart
Geen mens meer dood te wensen
Geen godsdienst is dat waard
Een wereld voor ons allen
Vrede hier en nu

Denk gerust da’s een dromer
Maar de dromers zijn aan bod
Want heus de tijd gaat komen
Dat mijn droom bewaarheid wordt

Een wereld zonder rijkdom
Geen honger, geen geweld
De hebzucht overwonnen
Het gaat om meer dan geld
Een wereld voor ons allen
Delen al het moois

Denk gerust da’s een dromer
Maar de dromers zijn aan bod
Want heus de tijd gaat komen
Dat mijn droom bewaarheid wordt

Print Friendly

If you want to go fast, go alone, if you want to go far, go together.

Op donderdag 19 december kwamen we op de Zuiderkruisweg in Leeuwarden bij elkaar om het jaar met elkaar af te sluiten en om elkaar nog even te groeten voordat een flink aantal collega’s van een welverdiende kerstvakantie ging genieten.

Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om kort terug te kijken naar dit veelbewogen jaar.

2013 was een jaar met veel gezichten. Ik beperk me tot drie.

Het eerste gezicht van 2013: de reorganisatie

Het was het tweede jaar binnen het drieluik 2012 – 2014 waarin die Provinciale opdracht uitgevoerd moest worden : € 600.000,- bezuinigen en verscherpen van de provinciaal gefinancierde activiteiten. Dit jaar betrof de concrete invulling van de bezuinigingsopdracht die de provincie ons heeft gegeven. Dat deed pijn omdat we een stevige reorganisatie hebben moeten doorvoeren. Bij deze reorganisatie waren we binnen BSF allemaal in meerdere of mindere mate betrokken. Van sommige mensen hebben we afscheid genomen, andere collega’s zagen hun urentotaal verminderen, weer anderen hebben een andere werkplek en functie gekregen.

Pijn ook bij de bibliotheken en andere klanten omdat we met sommige van onze activiteiten moesten stoppen, zoals de dienstverlening aan leesgroepen, en omdat we voor sommige activiteiten een kostendekkend tarief moesten gaan rekenen.

Het slagen van deze omslag waartoe de provincie ons dwong was heel erg afhankelijk van de vraag hoe bibliotheken zouden gaan reageren op de doorbelasting van activiteiten die tot nu toe altijd vrijwel voor niets werden aangeboden.

Uiteindelijk waren we genoodzaakt met een paar voor ons belangrijke en door klanten gewaardeerde activiteiten te stoppen. Zowel provincie als bibliotheken waren niet (langer) in staat / bereid die activiteiten te financieren. Daartegenover staat dat we op een aantal andere activiteiten wel goede langlopende afspraken hebben kunnen maken. Ik denk dan aan financiële en salarisadministratie en mediaverwerking, jeugdcollecties, vormgeving en ik vergeet vast nog andere belangrijke onderdelen.

Dit eerste gezicht is toch vooral het gezicht van de mensen die in april te horen kregen dat hun functie kwam te vervallen. Gelukkig hebben we een aantal collega’s binnen onze organisatie weten de behouden, sommigen met minder uren, anderen met een andere functie. Maar toch.

Het tweede gezicht: Koers op de Klant

2013 was ook het jaar van de start van een veranderingsproces waaraan we zijn begonnen en wat we in de naam van de training ‘Koers op de klant, ondernemen met lef’ hebben samengevat. Een proces waarbij we aan de slag zijn gegaan met een vernieuwde opzet en met een nieuw idee wat betreft onze plek in Friesland. Ik heb dit in een presentatie in enkele woorden samengevat: Hoe word je van een organisatie met een verlopen verzekering voor onsterfelijkheid een culturele onderneming? Een vraag die je niet één, twee, drie even beantwoordt.

We gaan verder, met de bibliotheken als belangrijkste klanten en partners. Waar we in 2013 veel tijd en energie in hebben gestoken is de omslag in onze relatie met de bibliotheken, zoals vaker al gezegd, onze belangrijkste klanten en netwerkpartner. Ook de bibliotheken werden en worden geconfronteerd met een zich terugtrekkende overheid, verminderde lokale subsidies. Gecombineerd met de noodzakelijke veranderingen bij BSF, maakte 2013 ook voor hen tot een lastig en hectisch jaar.

De bibliotheken in Fryslân werken samen binnen het netwerk van Friese Bibliotheken. Dat heeft al veel goede resultaten opgeleverd. Wat mij betreft mag die samenwerking nog wel een tandje intensiever. Hierbij verwijs ik graag naar een Afrikaanse wijsheid:

If you want to go fast, go alone, if you want to go far, go together.

We gaan ook verder met nieuwe concepten, met het verdiepen en verbeteren van wat we al deden. Doorgaan op de oude voet was geen optie meer. Dat geldt overigens niet alleen voor ons. Als je om ons heen kijkt dan gebeurt dit overal. Dit weekend nog was ik in gesprek met iemand die werkt voor een bedrijf dat onderhoud doet aan het spoor. Het bedrijf levert nu ook onderhoud aan sluizen en bruggen. Een nieuwe tak van sport, in de buurt van het oorspronkelijke, maar nodig om te kunnen overleven.

Zoals gezegd, BSF is in 2013 voorzichtig op zoek gegaan naar nieuwe klanten, vooral in de omgeving van cultuur / onderwijs e.d. . Je ziet dat die klanten niet vanzelf komen, vandaar dat we het zo belangrijk vinden dat iedereen vanuit zijn eigen plek meedenkt over die ondernemingszin, over hoe we onze dienstverlening naar de bibliotheken en nieuwe klanten nog beter kunnen afstemmen op wat er gevraagd wordt.

Naast de omslag richting bibliotheken, naast de meer gestructureerde start om nieuwe klanten te krijgen hebben we dit jaar een paar belangrijke innovatieve projecten uitgevoerd en nieuwe concepten ontwikkeld. Ik noem hierbij Frysklab, De Bibliotheek op School, Boekenruil, aansluiting op de retailformule.

Met deze nieuwe activiteiten en met het opzoeken van nieuwe klanten zijn we ook bezig een meer extraverte organisatie te worden. Tot voor kort vormden we meer de motor van het bibliotheekwerk, goed verborgen onder de motorkap. Soms denk ik wel eens, we realiseren ons nog onvoldoende wat voor een goede diensten we in huis hebben. Logisch dat onze klanten en potentiele klanten het dan ook niet goed weten.

Het derde gezicht: Financiën

Het derde en voor dit verhaal laatste gezicht van dit zo bewogen jaar betreft de financiële situatie van onze organisatie. Halverwege het jaar druppelden de nare berichten binnen. De provincie vergoedt € 0,0 extra aan de reorganisatie, een reorganisatie die evengoed wel door moest gaan. Ook een provinciale ondersteuning voor een andere vorm van financiering van de reorganisatie bleek niet mogelijk.

Enkele Bibliotheken overwogen om voor onder meer hun financiële en salarisadministratie andere oplossingen te kiezen. Gelukkig is dit uiteindelijk niet gebeurd.

Zo waren er nog meer zaken waar we niet op zaten te wachten, zoals het niet indexeren van de subsidie voor 2014. Dit alles leidde tot een financiële positie die steeds wankeler werd, een positie die ons dwong op een aantal onderdelen pas op de plaats te maken. Met sommige projecten konden we pas aan de slag op het moment dat er daadwerkelijk projectgeld aan ons overgemaakt was. Twee voorbeelden: Boekenruil en Frysklab, beide projecten waar voor we steun nodig hebben en hadden van de Provincie en van anderen. Toen die steun er uiteindelijk kwam konden we verder.

We zijn aan het eind van het jaar en we hebben nu redelijk scherp in het vizier wat het jaar in financieel opzicht ons gaat brengen. Mede dankzij de genomen maatregelen is het ons gelukt het verlies van 2013 enigszins binnen de perken te houden. Onze verwachting is dat 2014 weer een hele kleine plus oplevert en dat we in 2015 weer een stap kunnen zetten in het verder verbeteren van onze financiële situatie.

Alles bij elkaar was 2013 een jaar om niet snel te vergeten.

Graag wil ik jullie allemaal heel erg bedanken voor jullie betrokkenheid bij de BSF en voor de betrokkenheid die jullie hebben getoond richting collega’s die dit jaar zo in de knel kwamen. Ik verwacht dat we het ergste nu achter de rug hebben.

Op 8 januari 2014 organiseren we een nieuwjaarslunch. Dan zal ik me meer richten op het nieuwe jaar en de jaren die gaan komen.

Jacques Malschaert

19 december

Print Friendly

Conferentie Meer lezen druk bezocht!

Zelf weten we het natuurlijk allemaal al lang. Elke dag minimaal een kwartier lezen of voorgelezen worden, het helpt je verder! Het helpt je een beter mens te worden. Immers, je leert meer begrip op te brengen voor anders denkenden, je leert creatiever om te gaan met problemen. Meer taligheid levert een betere gezondheid op, levert meer kansen later in je maatschappelijk leven. Ooit vroeg ik één van mijn dochters op wat ze liever deed, een boek lezen of een film kijken. Ze was twaalf jaar en antwoordde naar mijn hart: ik lees veel liever, want als ik lees dan maak ik mijn eigen film. Het had een motto kunnen zijn voor vandaag.

Op woensdag 27 november organiseerden de Friese bibliotheken een ochtendsymposium over het belang van lezen en van een goede bibliotheekvoorziening voor kinderen vanaf 0 jaar. Een geslaagde bijeenkomst, met een gevarieerd programma.

Het symposium vormde de afsluiting van een serie workshops, gehouden in Friesland, over bibliotheekwerk in het onderwijs en de programmatische aanpak van het programma De Bibliotheek op School (DBOS).

 

De keus om met zijn allen in de bus te stappen en er een conferentie ‘on wheels’ van te maken was uitstekend. Dit leidde tot veel dynamiek. Tijdens de ritten in de bus werden we geacht naast voor ons onbekende deelnemers te gaan zitten om verder kennis te maken. Dit leidde in ieder geval bij mij tot een aantal goede korte kennismakingsgesprekken.

Nog voor onze eerste rit vertelde Adriaan Langendonk (projectleider Kunst van Lezen)over het project De Bibliotheek op School. Het belang van een programmatische aanpak werd al direct duidelijk gemaakt. Daarna op pad richting de eerste school, de Maasdijkschool in Heerenveen. We konden er de fonkelnieuwe schoolbibliotheek bewonderen. Tijdens ons bezoek konden we direct constateren dat de bibliotheek intensief werd gebruikt. Een prettige omgeving voor de kinderen. De tweede school die we bezochten was de OBS De Jasker in Nijbeets. Het bijzondere aan deze school is dat het een school is met drietalig onderwijs (Nederlands, Frysk en Engels). Tijdens de presentatie van de schooldirecteur werd goed duidelijk gemaakt wat het goede is aan meertalig onderwijs. Kinderen ontwikkelen een taligheid die ze uitstekend van pas komen in hun latere leven.

Terug richting startlocatie, de fraaie bibliotheek van Gorredijk. Daar hield Kees Broekhof van bureau Sardes een inleiding over leesbevorderingsbeleid en het gebruik van de leesmonitor, ontwikkeld binnen het DBOS-programma. Kees raakte een snaar bij de aanwezigen. Hij wist op een wetenschappelijk onderbouwde en toch boeiende manier treffend het belang van lezen en meertaligheid aan te tonen. Bovendien lukt het uitstekend om de link te leggen tussen een gestructureerde aanpak en het gebruik van de leesmonitor bij deze aanpak.

Op de vraag tijdens de bijeenkomst wat mijn eigen favoriete kinderboeken waren moest ik denken aan lang geleden, toen ik  in de bibliotheek van het Vlaamse kustplaatsje Heist aan Zee de boeken van de Roode Ridder en de Vier Heemskinderen verslond. Later vervalste ik mijn geboortedatum op mijn bibliotheekkaart om de boeken van de volwassenafdeling van de bibliotheek van Dordrecht te mogen lenen.

Aan het eind van de geslaagde bijeenkomst werden we uitgenodigd op een kaart te zetten wat ons voornemen was voor de komende tijd. Ik vergat even de strategische vraagstukken en vulde in: zo vaak als mogelijk mijn kleinzoon voorlezen!

Print Friendly

Kick-off Boekenruil-project in Burum

Vorige week hadden we een leuke bijeenkomst in Burum. Het betrof de Kick-Off van het project Boekenruil. Vanuit BSF zijn Bertus Douwes en Pieter Hoekstra bij dit project betrokken. Tijdens die Kick – Off vertelde ik het volgende:

Stel, ik geef u een euro en u geeft mij een euro terug. Dan hebben we allebei nog steeds een euro. Eigenlijk schieten we er niets mee op. Stel ik geef u een idee en u geeft mij een idee terug. Dan gaan we naar huis met twee ideeën.

Stel, ik geef u één van mijn boeken en u geeft mij één van uw boeken terug. Wat zou er dan gebeuren?

Het hele idee achter het project Boekenruil rust op een belangrijke ontwikkeling die we de laatste jaren op veel plekken terug zien komen: het bezit is niet langer van belang maar het gebruik. Deel het bezit dat je hebt. Dit principe vind je terug in tal van initiatieven: fietsen, auto’s, overnachtingen in toeristische omgevingen, maar nu ook met boeken. Veel hooggeleerde wetenschappers, politici en economen hebben deze belangrijke maatschappelijke ontwikkeling al een naam gegeven: de weconomy, collaborative consumption enz.

Premier Rutte heeft het de participatiemaatschappij genoemd (uitgeroepen tot het woord van het jaar 2013). De uitdaging voor dit alles is om het niet zo zeer te zien als een politieke vluchtroute om de financiële problemen op te lossen. Het gaat om veel meer dan alleen geld. Het gaat om meedoen, om erbij blijven, het voorkomen van eenzaamheid. In Friesland hebben we er een nog veel beter woord voor: mienskip. We zijn er de culturele hoofdstad van Europa mee geworden.

BSF ondersteunt het initiatief Boekenruil vanuit deze gedachte.

Achter elk boek schuilt een verhaal. Achter elk gedicht schuilt een wereld. Elk gelezen boek levert een nieuw verhaal op, het verhaal dat de lezer uit het boek haalt. Bedoeling is dat we dit met elkaar gaan delen, door erover te gaan praten en door de boeken die achter die verhalen schuilen aan een ander door te geven. De bibliotheek staat klaar om dit initiatief aan te vullen. Met aanvullende informatie, maar ook met haar eigen collectie. Burum is te klein voor een bibliotheekvestiging, maar daarom vergeet de bibliotheek de mensen die in Burum wonen natuurlijk niet. U kunt gewoon lid worden en gebruik maken van alle diensten. We gaan nu werken aan een volwaardige mix tussen dienstverlening vanuit de bibliotheek en de activiteiten binnen Boekenruil. De boekenkast van de bibliotheek en die van u in één omgeving bij elkaar gebracht.

In bibliotheekland zijn er al vergelijkbare initiatieven tot stand gekomen. Ik geef wat voorbeelden:

  • De antikraakbieb in Velzen
  • My little Library

  • Bookcrossing
  • Librarything

Allemaal initiatieven die bedoeld zijn om het privé bezit aan boeken met elkaar te delen. Nu is daar Boekenruil dan bij gekomen. Een variant waar ik in geloof. Een variant die we vanuit Bibliotheekservice Fryslân verder gaan uitdragen.

Nog even een paar achtergrond zaken van Boekenruil. Ik probeer dat vorm te geven met de volgende vragen:

Waarom Boekenruil?

Boekenruil is tot stand gekomen vanuit het doel: het verbeteren van de leefbaarheid in Burum door boeken van inwoners via Internet beschikbaar te stellen. Idee is om dit breder in kleine kernen te gaan inzetten.

 Hoe krijgt dit vorm?

Er wordt een webapplicatie ontwikkeld die gaat functioneren binnen het digitale dorpsportaal. In dat digitale portaal zijn inmiddels al andere activiteiten beschikbaar.

In het dorpshuis wordt een kast geplaatst met boeken waar de bewoners van Burum gewoon boeken uit kunnen meenemen. Bedoeling is dat de kast altijd gevuld blijft.

Er wordt een koppeling met de catalogus gemaakt. Boeken kunnen worden gereserveerd en via het reguliere transport in Burum afgeleverd.

 Wie zit er achter Boekenruil?

Boekenruil is tot stand gekomen na een inventarisatie binnen de bevolking van Burum. Met hulp van Europees subsidiegeld is een project op gang gekomen. Later hebben diverse instanties zich aangesloten bij het initiatief. De volgende partijen zijn direct betrokken bij het project:

  • Europa (met een subsidiebedrag)
  •  Provincie Fryslân en Bibliotheekservice Fryslân (initiatiefnemers)
  • Ministerie OCW (heeft de ontwikkeling van de software die gebruikt wordt gefinancierd)
  • Trivici (software-ontwikkeling)
  • Trees Flapper (Projectleiding)

Kortom, een hele club.

Onze planning is dat de mensen in Burum vanaf volgend jaar gebruik kunnen maken van de nieuwe functie binnen het digitale dorpshuis. Maar ook dat het dorpshuis zoals we hier nu staan een belangrijke rol gaat spelen met dit initiatief.

De belangrijkste mensen die hierbij betrokken zijn? De bewoners van Burum. De deelname van de Burummers is een voorwaarde om dit te doen slagen. Ik ben ervan overtuigd dat dat gaat lukken!

Print Friendly

OCLC, Van Cataloguing naar Catalinking.

Ja, Na een tijdje van stilte weer een nieuwe blog.

Het is al weer een paar weken geleden dat OCLC zijn jaarlijkse regionale bijeenkomst hield. Dit keer troffen we elkaar in Straatsburg. Thema van het congres: ‘Dynamic data; a World of possibilities’.
OCLC is wereldwijd de grootste organisatie die automatiseringsdiensten en bibliotheekservices levert aan alle soorten van kennisinstituten, vooral bibliotheken. OCLC stelt zich ten doel “te zorgen voor betere toegang tot de informatie in bibliotheken wereldwijd en manieren te vinden om de kosten voor bibliotheken te reduceren door middel van samenwerking”.

Hun missie: Door samenwerking tussen bibliotheken mensen verbinden met informatie.
Zit heel dicht bij onze eigen doelstelling / missie, vind ik.

BSF ondersteunt en faciliteert op een innovatieve wijze bibliotheken en andere maatschappelijke instellingen bij het realiseren van hun doelen en zoekt hierbij altijd samenwerking

OCLC is onder meer nauw betrokken bij de ontwikkeling van de landelijke bibliotheekcatalogus van Bibliotheek.nl.
De bijeenkomst in Straatsburg leverde een aantal interessante inzichten op. Waren we als bibliotheeksector en alle ondersteunende serviceorganisaties vooral bezig met het toegankelijk maken van informatie met behulp van catalogi. Dit verschuift. Het gaat nu meer en meer over het verbinden van data die je niet eens zelf hoeft te beheren, maar die ook ergens anders worden opgeslagen.

Een paar bijdragen zijn me bijgebleven: De “geek the library”- campagne, een communicatiecampagne in de Verenigde Staten bedoeld om bibliotheken in de publieke ruimte te promoten, ondersteund door OCLC. Voor meer informatie over deze campagne kijk op

www.geekthelibrary.org.

Het werkwoord ‘to geek’ bestaat eigenlijk niet. In deze campagne wordt het gebruik in de zin van: ik hou ergens van, geniet ergens van, mijn passie is, ik wil het graag promoten. Iets dergelijks. In een stad / gemeente waar de campagne wordt gevoerd zie je overal posters hangen van bekende en onbekende mensen die aangeven dat zij dank zij de bibliotheek iets ‘geeken’.
Hier een poster waar Lou Reed, een van mijn muzikale helden, op staat.

Een van de meest interessante inleidingen was wel van Jean-Babtiste Michel. Een hooggeleerde jonge man, overgekomen uit Harvard. Als je dat leest in de aankondiging weet je het al: dit wordt of een onbegrijpelijk verhaal waar je na ongeveer een halve minuut bij afhaakt omdat het ver voorbij je eigen mogelijkheden gaat (of om andere reden). Of het is iets geniaals waar je lang bij na siddert. Jean-Babtiste bereikte het laatste bij me. Alleen dat half uur was al de moeite waard van de lange autotocht naar Straatsburg.
Ik ga niet zijn verhaal hier uitleggen, dat kan ik niet. Bescheidenheid siert de mens. Ook hier volsta ik met een link naar een TED-talk, Nederlands ondertiteld, zeer onderhoudend en goed te volgen:

http://www.ted.com/talks/what_we_learned_from_5_million_books.html

Een ander onderdeel van de bijeenkomst betrof de kandidaatstelling voor de global council van OCLC. Ik had me me kandidaat gesteld voor de zetel van de openbare bibliotheken. Dat leverde in ieder geval een zeer opvallende rode bloem-stikker op waar ik de dagen mee rond moest lopen. Bedoeling was dat tijdens de bijeenkomst mensen me konden bevragen en ik mensen kon stimuleren om toch vooral op mij te stemmen. Er was heus sprake van een keuzemogelijkheid. Alleen, voor de Openbare Bibliotheekzetel hadden twee Nederlandse onverlaten zich kandidaat gesteld: Eddy Tulp en ikzelf. Nu kunnen Eddy en ik het heel goed met elkaar vinden, dus een stevig deel van de dagen brachten we genoeglijk in elkaars gezelschap door. Af en toe brandde de strijd los, getuige de bijgevoegde foto:

 

Het belangrijkste wat ik heb meegekregen: we moeten gecontroleerd gaan werken vanuit een omgeving waarin we data niet zozeer in een eigen plaats verzamelen, beheren en verrijken, maar veel meer vanuit een gezamenlijkheid. Zo heeft de universiteitsbibliotheek Tilburg als eerste Europese universiteitsbibliotheek hun diensten in de cloud geplaatst, met hulp van het Worldshare managementsysteem van OCLC.
Ik hoop mijn ervaringen als bibliothecaris, manager en bestuurder te kunnen inzetten bij deze eervolle bestuursfunctie. Daarnaast wil ik nog steeds veel leren. En dit is een gebied waar veel gaat gebeuren de komende jaren. Als mogelijke lid van de board van OCLC hoop ik een bijdrage te kunnen leveren aan die ontwikkelingen maar ook veel te leren van wat er allemaal speelt op dit gebied.

Print Friendly

Swiebertje heeft zijn vaste stek gevonden!

Vakantie weer achter de rug. Een goede tijd om terug te kijken naar een enerverend eerste jaar in Fryslân. Na een periode van 10 jaar gewerkt te hebben als adviseur, kleine ondernemer, en interimdirecteur bij diverse instellingen was het de eerste maanden best even omschakelen.

Niet meer als een Swiebertje met een plunje op stap om in het land een plekje te zoeken waar nog werk te vinden was.

 

Niet meer in je eigen werkkamer alles zelf hoeven regelen, van het opmaken van de factuur tot het herstellen van technisch ongemak zoals een niet werkend netwerk. Van een adviseur / interimmanager wordt doorgaans snelle resultaten verwacht. Immers je zit ergens een paar maanden, maximaal een jaar en dan ga je weer verder. Je gunt jezelf en je omgeving dan soms weinig tijd. Vaak is die tijd er ook niet omdat er van alles aan de hand is en er in korte tijd zaken moet worden gedaan.

Begonnen bij Bibliotheekservice Fryslân moest ik even wennen aan twee zaken, sterk gerelateerd aan wat ik zojuist omschreef: niet meer alles zelf doen, van het maken van afspraken tot het regelen van een mobiele telefoon of het verzamelen van de nodige informatie over een beleidsthema. Een ander onderdeel waar ik aan heb moeten wennen: niet alles moet morgen per se klaar zijn.

Met name dit laatste boeit me in hoge mate. Het lijkt er zo langzamerhand op dat we ons zelf maar ook anderen geen tijd meer gunnen om na te denken over waar het werkelijk om gaat. Zo zal iemand mijn opmerking “niet alles moet morgen per se klaar zijn” kunnen interpreteren in de zin van: dat gaat er daar lekker sloom aan toe. Waar is de ambitie, waar is de zakelijkheid? Wees gerust, die zakelijkheid is er, die ambitie is er, meer dan genoeg. Bij mij en bij Bibliotheekservice Fryslân. Dat blijkt wel uit wat er in het afgelopen jaar zoal is gepresteerd. Lees het jaarverslag en mijn vorige blogs er maar op na.

Van kleine zelfstandige, van adviseur / interimmer naar de vaste omgeving van Bibliotheekservice fryslân. Een grote verandering die me uitstekend bevalt.

Naar de toekomst toe: het bedrijfsplan is vrijwel klaar. Dit geeft ons richting voor de komende jaren. Het wordt geen dik rapport met veel bijlagen, maar een (digitale) brochure met daarin de hoofdlijnen van onze plannen en ambities. Hiervan afgeleid worden de uitvoeringsplannen gemaakt. Tot stand gekomen met hulp van werkelijk alle medewerkers. Het afronden van dit bedrijfsplan kan ik met een gerust gemoed overlaten aan onze communicatiemedewerkers en het bestuurssecretariaat. Die gewezen kleine zelfstandige kan zich dan weer concentreren op zijn bestuurlijke en andere taken.

Print Friendly

Over hoeden en verbinden.

De afgelopen weken hebben Martin en ik een aantal interessante colleges gevolgd met als thema ‘veranderkunde’. Een aantal hoogleraren en andere coryfeeën op dit terrein vertelden hun verhaal over dit domein in een prettige ambiance. Achtereenvolgens Leon De Caluwé, Jaap Peters, Jaap Boonstra, André Wierdsma en Thijs Homan kwamen langs om hun theorieën en ervaringen met ons te delen. De groep toehoorders bestond uit managers en directeuren uit de Zorg, Overheid, het bedrijfsleven, onderwijs enz.

Het boeiende was wel dat alle colleges toch wel vanuit een rode draad werden gegeven: de meer klassieke manier van organiseren en aanpakken van verander- dan wel ontwikkeltrajecten zijn eigenlijk gedoemd te mislukken. Los van de vele inzichten die werden geboden leverden de lezingen ook een bevestiging op van onze ideeën hoe om te gaan met het proces waar we in Friesland mee aan het werk zijn gegaan. Leon De Caluwé legde zijn kleurenmodel uit over de verschillende vormen van leiderschapsstijlen. Nu heb ik geleerd om iedereen te wantrouwen die meent  de problemen van de wereld op te kunnen lossen binnen de strakke vormen van een model. Of het nu kleuren zijn, lijntjes, figuren of een assenstelsel. De wereld zit altijd wel weer ingewikkelder in elkaar dan het lijkt. Bovendien, ieder model schijnt weer vervangbaar te zijn.

Dat neemt niet weg dat praten over veranderingsprocessen aan de hand van bepaalde uitgangspunten goed is, goed ook om te leren hoe je zelf in dit soort processen kunt acteren. Duidelijk is wel dat ogenschijnlijk veranderen vanuit een strak gevoerde regie gedoemd is te mislukken. De Caluwé is gecharmeerd van groene en witte leiders, de leiders die vanuit hun professionaliteit en vanuit een creatief proces werken. Jaap Peters gaat voor het lossere minder hiërarchische Europees leiderschap versus het normatieve, strakke Angelsaksische. Hij verwijst ook naar de filosofie van de chaostheorie.

Zo kunnen we de andere hoogleraren ook kort de revue laten passeren, maar dat heeft niet veel zin. Belangrijkste is dat we hebben mogen vaststellen dat het proces dat we nu in gang hebben gezet een goede vertaling is van alle uitgewerkte theorieën van de hoogleraren. Het gaat erom dat we luisteren, waarnemen, en gestructureerd ons gezond verstand gebruiken. Dat we niet vanuit een hoogste verdieping de nieuwe uitgangspunten definiëren en vorm geven. Daarnaast proberen we door middel van het stellen van de juiste vragen aan iedereen een gezamenlijke visie te ontwikkelen over hoe Bibliotheekservice Fryslân zich in de toekomst dient te ontwikkelen. Iedereen wordt uitgenodigd om vanuit een eigen invalshoek bij te dragen.

Dat heeft nu geleid tot een opzet voor een bedrijfsplan, waar iedereen aan bijgedragen heeft. In dezelfde periode hebben we nu een aantal ideeën en plannen geformuleerd waar we op korte termijn mee aan de slag gaan. De plannen betreffen ondermeer het ontwikkelen van een plan om te komen tot een beter acquisitiemanagement en relatiemanagement. Immers we gaan voor het verbreden van de markt, we willen meer werk maken van innovatie. Dat moet intensiever en beter aan de man worden gebracht. Dit vergt competenties waar we wellicht organisatiebreed nog te weinig van in huis hebben. De groep die dit heeft aangebracht gaat nu zelf een plan ontwikkelen en helpen bij de uitvoering hiervan. Andere groepen hebben meer inhoudelijke projectideeën aangeleverd. Nog deze week worden de onderwerpen definitief uitgezet, inclusief de manier waarop projecten kunnen worden gedefinieerd.

Aanstaande woensdag wordt in de vergadering van de Raad van Toezicht de hoofdlijnen van het bedrijfsplan besproken. Wat mij betreft beperken we ons na woensdag tot het uitwerken in de vorm van een beknopte brochure.

Bedoeling is dat na de zomer de twee andere leden van het MT, Bert en Gerben, zich ook in Woerden melden. Als zij de cyclus achter de rug hebben kunnen we vanuit een gezamenlijk referentiekader verder het proces vorm geven en ondersteunen. Motto vanuit de laatste dag: als leiding van een organisatie moet je je meer bezig houden met ‘hoeden en verbinden’ dan met de inhoudelijkheid van de verandering.

Morgen weer verder met hoeden en verbinden.

Print Friendly